De ideale wereld

Geplaatst door Samir Sharma on 24 June 2013 | Reacties

Toen wij in 2007 begonnen met het uitzenden van Pools personeel, hadden wij al als uitgangspunt, dat als je een goede dienst wilt leveren, je in de eerste plaats de uitzendkracht centraal moet stellen. Met zo’n insteek onderscheid je je van vele andere bureaus. Iedereen kent het spreekwoord ‘Wie goed doet, goed ontmoet’. We kunnen er ingewikkeld over doen, maar meer is het eigenlijk niet.

In de praktijk is dit echter niet zo eenvoudig. Als we de berichtgeving in de media volgen, wordt er kennelijk op grote schaal gefraudeerd door malafide bureaus. Vaak ten koste van uitzendkrachten. Maar is het zo zwart-wit? En waarom doen zij dit? Winstbejag, onwetendheid? Ongetwijfeld, maar als we wat verder kijken dan onze neus lang is, dan kom je al snel tot de conclusie dat er vaak een andere reden aan ten grondslag ligt.

Malafide uitzender of inlener?

Ik breek hier zeker geen lans voor malafide uitzendbureaus maar als we het probleem effectief willen aanpakken, dan moeten we eerlijk durven zijn en de oorzaken kennen. De druk vanuit de inleners om kosten te verlagen is één van de grootste oorzaken en leidt tot ongeoorloofde tarieven in de markt. Niet gehinderd door enige kennis van zaken  concentreren inkopers zich vaak uitsluitend op de prijs, er worden lumpsum prijzen voor alle uren inclusief toeslagen en overwerk geëist. De inkoper zwaait vervolgens vol trots met een offerte van € 13,- of € 14,- per uur voor een volwassen uitzendkracht. Tsja …. dan weet je toch zelf ook wel dat het niet klopt? Vaak realiseert men zich niet dat er enorme risico’s aan kleven en je in feite de deur wagenwijd openzet voor aanzienlijke claims.

De vraag is wat mij betreft: ‘Is er een grens waar druk verschuift naar ongeoorloofde druk?’ Wat mij betreft wel. Bijvoorbeeld wanneer een inlener willens en wetens een tarief eist waarvan bekend is of bekend had kunnen zijn, dat dit wettelijk ongeoorloofd is.

Strafrecht

Als we een parallel trekken met ons strafrechtsysteem zie je dat ‘verantwoordelijkheid’ of de “schuldvraag” in toenemende mate ligt bij de macht- of gezaghebber in een relatie en deze vaak bepalend is voor de strafmaat. Denk aan de heler en de dief, de dader en de beramer etc. Inleners verschuilen zich vaak achter de dubieuze praktijken van bureaus, die ze daar nota bene indirect zelf toe hebben aangezet. Het is soms zelfs zo dat inleners het beleid hebben uitsluitend zaken te doen met bureaus, die kapitaalkrachtig genoeg zijn om de boetes te betalen. Hierdoor is de ketenaansprakelijkheid voor wat betreft de bestrijding van fraude een wassen neus. De omgedraaide wereld? U mag het zeggen. Het is natuurlijk vreemd dat juist die partij die aanzet tot overtreding het financiële voordeel mag genieten.

Vrijwaring of vrijbrief?

Verbazingwekkend is dat we met alle goede intenties een systeem hebben verzonnen, waarbij wij aan de ene kant zwaar inzetten op het voorkomen en bestrijden van malafide praktijken middels keurmerken, certificering en een heel apparaat aan controlerende instanties, terwijl we aan de andere kant de kat op het spek binden door de inlener te vrijwaren, zolang deze zaken doet met een bureau dat aan bepaalde voorwaarden voldoet zoals een NEN certificering. De NEN 4400-1 norm heeft als doel het risico voor opdrachtgevers op verhaal en boetes van de Belastingdienst en andere overheidsinstanties te beperken. De NEN controleert echter niet of de regels in de cao worden gehandhaafd, dus de opdrachtgever kan lage tarieven afdwingen en met een staal gezicht zeggen “ik doe mijn best tegen malafiditeit”, want ik doe zaken met een NEN gecertificeerd bureau. De goedbedoelde vrijwaring wordt dan een vrijbrief terwijl uitzendkrachten onder de cao betaald worden en opgestapeld in een container moeten slapen.

Logica dwingt!

In een ideale wereld wordt elk bureau gecontroleerd op alle aspecten. Inleners zijn gevrijwaard en grote aantallen handhavers doen allen kundig hun werk waardoor elk malafide bureau verdwijnt. Iedereen blij! Maar helaas, de werkelijkheid is anders. Sterker nog, we weten allemaal dat dit de grootst mogelijke onzin is wegens de volstrekte onhaalbaarheid.  

Wat te doen?

We kunnen de aansprakelijkheid niet alleen bij de uitzender neerleggen en vervolgens hopen op  goede handhaving. Ook biedt de ketenaansprakelijkheid geen enkele soelaas wat betreft de bestrijding van overtreders. Als we niet met de spreekwoordelijke ‘vinger in de dijk’ willen staan, dan moeten we beseffen dat de oplossing een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Immers logica dwingt, niet handhaving. Laat je de inleners (aansprakelijkheid) buiten schot, dan zal de bestrijding nooit succesvol zijn.

Samir Sharma is sinds 2006 directeur en mede-eigenaar van Aldivèr. Met enige regelmaat schrijft hij een column over het reilen en zeilen van Aldivèr en de ontwikkelingen in de markt. De ene keer over werken en leren in transport en logistiek, dan weer over de Poolse tak en alles wat daarbij komt kijken. Altijd met een kritische blik en grote betrokkenheid bij het werk en de mensen.